Solitaire Hommels

Akkerhommel op Akkerdistel

Akkerhommel op Akkerdistel

Leven

Hommels zijn solitaire bijen, omdat ze in een volk samenleven. Hommels en solitaire bijen komen van nature hier voor en daarom worden ze samen wel de “wilde bijen”genoemd. Daarnaast kennen we de honingbij die door de mens is gedomesticeerd om honing van te oogsten.

Hommels maken kleine kolonies van maximaal 100 individuen. De meeste soorten nestelen in de grond in oude muizennesten. Het gaat, zoals met de andere bijen, slecht met de hommels in ons land. Ze vinden geen geschikte en ongestoorde nestplaatsen meer, we rommelen op steeds meer plaatsen, er verdwijnen nog steeds veel biotoopjes met bloemen, het verkeer eist veel slachtoffers en de variatie van de natuur in onze omgeving neemt sterk af. Steeds meer van hetzelfde.

Van de hommels overwinter steeds alleen de nieuwe generatie bevruchte koninginnen, die in het voorjaar in hun eentje een nest beginnen. Daarin brengen ze werksters groot die daarna het werk overnemen.

Spouwmuren

Soms nestelen hommels in spouwmuren. Ook dit verschijnsel gaat over. Zelfs als een nest dicht bij een deur of andere doorgang zit is er geen enkele reden om in te grijpen, want de dieren zullen nooit steken. Alleen insectenfobie vormt dan de overlast.

 

Steenhommel

Steenhommel

Nestkastjes

Er is één hommelsoort, de boomhommel, die bij voorkeur in een vogelnestkastje gaat wonen. Dit gebeurt alleen als er het oude vogelnest in is blijven zitten, want hommels dragen zelf nooit nestmateriaal aan. Deze hommels zijn niet wit, geel en zwart van kleur, maar roodbruin met zwart en met een witte achterlijfpunt.

Ze vliegen af en aan en maken vaak het vlieggat van het nestkastje met was dicht, op een kleine opening na die goed wordt bewaakt. De waaksters kunnen soms agressief worden als je zo’n actief nest tot op een meter nadert. De steek levert meer schrik dan pijn op.

Om hommels te helpen is het aan te bevelen om nestkastjes van vogels niet schoon te maken. Er zijn zelfs hommelkastjes in de handel, maar daarmee help je de boomhommel niet, wel de aardhommel.