Soorten insectenbestuivers

Blinde bijen

Blinde bijen


Kevers, vlinders, motten, vliegen, zweefvliegen

Kevers zijn hard en glad. Het stuifmeel kleeft bijna niet op hun pantser. Vlinders hebben een lange tong, zodat ze weinig in contact komen met het stuifmeel. Vlinders zijn koudegevoelig en van bloemvastheid is er nauwelijks sprake. Zweefvliegen en vliegen zijn meestal ook niet in stuifmeel geïnteresseerd . Het aandeel van deze groep in de bestuiving van land- en tuinbouwgewassen is zeer gering.

Solitaire bijen

Solitaire bijen zijn bijen die niet in een gemeenschap leven. Het zijn, zoals de honingbijen, ook stuifmeelverzamelaars. Ze zijn behaard en kunnen met hun poten stuifmeel verzamelen. Het zijn dus goede bestuivers. Door hun klein aantal hebben ze echter niet zo’n belangrijk aandeel in de bestuiving van land- en tuinbouwgewassen. Ze zijn wel van grote betekenis voor de bestuiving van wilde planten.

Aardhommel op een hand

Aardhommel op een hand

Hommels

Hommels zijn sociale insecten. Ze verzamelen stuifmeel en nectar. Ze zijn zeer ijverig en vooral weervast. Hun arbeidsdag begint vroeg en eindigt in de late avond. En toch blijft hun bestuivingscapaciteit binnen beperkte grenzen. Hommels zijn niet bloemvast, ze kunnen van de ene bloemsoort naar de andere vliegen. Dit zorgt natuurlijk niet voor een optimale bestuiving. De koningin moet in het voorjaar helemaal alleen een nieuw hommelvolk opbouwen. Op het ogenblik van de bloei zijn de hommelvolken dikwijls nog zeer zwak.

Slechts na half mei kan men spreken van hommelvlucht. Nochtans zijn de hommels voor sommige gewassen van zeer groot belang, vanwege hun lange tong, b.v. tomaat, klaver etc.

Honingbijen

Het bestuivingswerk in de natuur wordt voor ongeveer 80% tot stand gebracht door de honingbijen. De honingbij is inderdaad de beste bloembestuiver en dit om verschillende redenen.

  • Bijen zijn in groot aantal beschikbaar: in de winter 10.000 tot 20.000 bijen, en in de zomer 40.000 tot 60.000 bijen.
  • Met bijenvolken kan men reizen, b.v. naar het fruit
  • Bijen zijn bloemvast: d.w.z. dat een bij steeds dezelfde bloemsoort blijft bevliegen tot deze uitgebloeid is, wat gunstig is voor bloembestuiving. Een bij bezoekt gemiddeld 100 bloemen per vlucht. Elke vlucht duurt ongeveer 20 tot 30 minuten. Als er 10 vluchten per dag zijn, dan bezoekt 1 bij 1.000 bloemen per dag. Als een bijenvolk 10.000 haalbijen heeft dan worden per bijenvolk per dag 10.000.000 bloemen bezocht.

Vergelijking honingbijen en hommels als bestuivers

Honingbij Hommel
Aantal 10.000 tot 20.000 haalbijen per volk Maximaal 150 per volk
Vliegweer Vanaf 10 graden Celcius. Gevoelig voor wind, regen, zon en warmte Vanaf 5 graden Celcius. Vliegt ook bij wind en regen
Beharing Goed Zeer goed
Bloemvastheid Zeer goed Slecht
Efficiëntie 10 bloemen per minuut 20 bloemen per minuut
Communicatie Bijendans Minder ontwikkeld
Orientatie Normaal licht nodig Minder licht nodig
Tonglengte 5 tot 7 mm lang 6,7 tot 11,9 mm lang
Vliegbereik Maximaal 3 km Maximaal 1,5 km